wel of geen alleenstaanden-AOW?

Uw partner verhuist naar een zorginstelling en enkele maanden later valt er een brief op uw deurmat van de Sociale Verzekerings Bank. Of u uw gehuwden-AOW wilt omzetten in een alleenstaanden-AOW? Het levert u zo’n € 345,00 per maand per persoon op (2018). Fijn. Maar, misschien bent u dat bedrag zo weer kwijt als uw partner een hogere eigen bijdrage gaat betalen voor zijn of haar zorg. Wie maakt de rekensom voor u?

wie heeft overzicht?

In het kort: niemand. Dat is althans de ervaring van een klant die mij onlangs benaderde. Hij belde met SVB, Belastingdienst, CAK en Anbo. Kreeg overal nul op het rekest. En voor een deel is dat begrijpelijk. Voor een goede berekening zijn veel, privacygebonden, gegevens tegelijkertijd nodig waaronder inkomen, pensioen, spaargeld, beleggingen, van beide partners afzonderlijk. Inclusief eventuele huur- en zorgtoeslag, uitkeringen. En dat moet je vervolgens kunnen afzetten tegen wet- en regelgeving rondom zorg. Als het even kan ook tegen veranderingen in belastingwetgeving, bijvoorbeeld rondom de hoogte van de bijtelling van het eigen vermogen (verandert in 2019). Wie heeft het overzicht?

van lage naar hoge eigen bijdrage

Punt is: weegt de maandelijkse twee keer € 345,00 op tegen de extra kosten die een partner in een zorginstelling met een alleenstaanden-AOW, gaat betalen? Iedereen die naar een zorginstelling verhuist betaalt de eerste zes maanden een ‘lage’ eigen bijdrage, maximaal € 850,00 per vier weken. De berekening hiervan is gebaseerd op inkomen en vermogen van beide partners. Zolang iemand een gehuwden-AOW ontvangt, blijft dit zo. Kies je voor een alleenstaanden-AOW, dan val je daarmee automatisch in de categorie ‘hoge’ eigen bijdrage. Het exacte bedrag hangt samen met alléén het eigen inkomen en vermogen van de partner in de zorginstelling. En dat kan oplopen tot maximaal € 2.332,60 per vier weken (2018). Omdat het CAK –de berekenaar van de eigen bijdrage- uitgaat van het inkomen van twee jaar geleden, gaat u hier pas twee jaar na ingang van een alleenstaanden-AOW iets van merken.

haken en ogen

Kort samengevat; er is de meeste kans op ‘winst’ als de partner in de zorginstelling weinig inkomen en spaargeld heeft en degene die thuis blijft wonen aanzienlijk meer. Bij een gelijk inkomen en vermogen van beide partners, maakt een plus onder de streep vaak weinig uit.
Al bent u er hiermee nog niet: mocht de thuisblijvende partner na verloop van tijd eveneens verhuizen naar een zorginstelling, dan betaalt hij of zij na zes maanden óók de hoge eigen bijdrage. En heeft u een eigen huis op beider naam? Dan kan de Belastingdienst na verloop van tijd het vermogensdeel van uw partner als spaargeld gaan zien (verschuiving van box 1 naar box 3). De eigen bijdrage loopt dan verder op. Ook zowel Belastingdienst als pensioenfonds kunnen bij een alleenstaanden-AOW extra aan de deur tikken.

Dit alles geldt voor verhuizing naar een reguliere zorginstelling. Dat zijn de zorginstellingen die een contract hebben met het zorgkantoor. Bij particuliere, kleinschalige wooninitiatieven is de financiering anders geregeld.

Zelf heb ik trouwens goede ervaringen met het verkrijgen van informatie over deze lastige materie bij het CAK. Je moet wel weten welke vragen je moet stellen.
In de situatie van mijn klant bleek al snel dat de extra inkomsten uit een alleenstaanden-AOW ver achter zouden blijven bij een verhoging van de eigen bijdrage.